Spring naar inhoud

Morris Oosterling, Op zoek naar leiderschap, de top in non-profit organisaties bezien vanuit selectie (2019).
Promotie van Morris Oosterling op de werving en selectie van topbestuurders in non-profitorganisaties.
Hij heeft het onderzoek dat er al is geordend en samengevat. Vier Nederlandse casussen zijn nauwkeurig bestudeerd; op basis waarvan hij een aantal conclusies trekt en aanbevelingen doet die goed onderbouwd zijn.

Hildegard Pelzer, Onvrijwillig (2020), te bestellen bij Mediawerf.
Met zeventig bestuurders en toezichthouders is gesproken die een gedwongen vertrek hebben meegemaakt. Hun ervaringen en de lessen die daaruit getrokken kunnen worden, zijn vastgelegd in dit boek.

HET BESTUUR HEEFT GEGEVEN DE HUIDIGE SITUATIE BESLOTEN HET SYPOSIUM ‘GOVERNANCE 3.0’ TE VERPLAATSEN VAN DONDERDAG 16 APRIL 2020 NAAR DONDERDAG 1 OKTOBER 2020.

Het bestuur verzoekt de ruim 40 leden die zich al hadden opgegeven voor 16 april hun aanwezigheid opnieuw te bevestigen voor 1 oktober 2020 (naam en hogescholen). Nieuwe belangstellenden kunnen zich aanmelden bij het secretariaat (vth@apprhbb.nl) .

Lees de volledige Nieuwsbrief maart 2020

Vanaf maandag 26 november is bij de secretaris van de VTH (hans@uijterwijkjg.nl) te bestellen voor een vergoeding van €9,95 de brochure: ‘De vijf Kernvragen voor de Toezichthouder, Hoe kan het intern toezicht op de kwaliteit van onderwijs en onderzoek in het Hbo beter? ‘.

Per exemplaar worden alleen de kosten voor het drukken en verzenden in rekening gebracht. De factuur wordt bij de zending ingesloten.

De Tweede Kamer heeft de Onderwijsraad advies gevraagd over de manier waarop de overheid het onderwijs bekostigt en de mogelijkheden voor onderwijsinstellingen om hun bestedingen te verantwoorden. De raad beveelt aan om te blijven werken met lumpsumbekostiging en om terughoudend te zijn met doelfinanciering. Wel dienen de organen die een rol spelen in de verantwoording over en het toezicht op de besteding van onderwijsgelden, beter toegerust te worden op hun verantwoordelijkheden.

Lees verder op de website van De Onderwijsraad

Het accreditatiestelsel voor het hoger onderwijs functioneert in grote lijnen adequaat. Tegelijkertijd ziet de inspectie ruimte voor verbetering. Zo verdient de betrouwbaarheid van de beoordelingen versterking en dit geldt ook voor het lerend vermogen van het stelsel. Daarnaast zou de professionalisering van de beoordelende vakgenoten, secretarissen en de procescoördinatoren moeten worden vergroot.

Dat zijn enkele conclusies uit het onderzoek dat de Inspectie van het Onderwijs in 2017 en het voorjaar van 2018 heeft uitgevoerd naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel. Meer hierover leest u in het rapport 'De kwaliteit van het Nederlandse accreditatiestelsel hoger onderwijs', dat eind juni  door de inspectie aan de minister is aangeboden. In het rapport hebben we aanbevelingen gedaan over de beoordelingsschaal, het beoordelingskader en de professionalisering en onafhankelijkheid van de visitatiepanels. In september zal de minister een reactie publiceren op het onderzoek.

Download het onderzoek

Aanbevolen is onderstaande publicatie over het onderzoek betreffende onder andere het WO en het HBO:
Koens, L. R. Hofman & J. de Jonge (2018). Drijfveren van onderzoekers. Goed onderzoek staat nog steeds voorop. Den Haag: Rathenau Instituut.

Belangrijkste wijzigingen voor het HBO door het van kracht worden van de Wet versterking bestuurskracht per 1 januari 2017:

  • benoemingen van bestuurders moeten plaatsvinden op basis van vooraf kenbare profielen. Het medezeggenschapsorgaan krijgt adviesrecht op de vaststelling van die profielen;
  • op voorgenomen besluiten tot benoeming of ontslag van de bestuurder, heeft het medezeggenschapsorgaan adviesrecht;
  • voor het benoemen van een bestuurder of een nieuw lid van het College van Bestuur wordt een sollicitatiecommissie ingesteld, waarin een vertegenwoordiging namens de personeelsgeleding en de ouder- respectievelijk leerling- of studentgeleding van de medezeggenschap zitting neemt;
  • ten minste twee keer per jaar vindt overleg plaats tussen het medezeggenschapsorgaan en de interne toezichthouder;
  • de opleidingscommissie wordt een formeel medezeggenschapsorgaan en krijgt meer instemmingsrechten betreffende de onderwijsinhoudelijke delen van de Onderwijs- en Examenregeling (OER), alsmede een wettelijk informatie- en initiatiefrecht en wordt toegevoegd als orgaan dat partij kan zijn in een medezeggenschapsgeschil.