Spring naar inhoud

Het accreditatiestelsel voor het hoger onderwijs functioneert in grote lijnen adequaat. Tegelijkertijd ziet de inspectie ruimte voor verbetering. Zo verdient de betrouwbaarheid van de beoordelingen versterking en dit geldt ook voor het lerend vermogen van het stelsel. Daarnaast zou de professionalisering van de beoordelende vakgenoten, secretarissen en de procescoördinatoren moeten worden vergroot.

Dat zijn enkele conclusies uit het onderzoek dat de Inspectie van het Onderwijs in 2017 en het voorjaar van 2018 heeft uitgevoerd naar het functioneren van het Nederlandse accreditatiestelsel. Meer hierover leest u in het rapport 'De kwaliteit van het Nederlandse accreditatiestelsel hoger onderwijs', dat eind juni  door de inspectie aan de minister is aangeboden. In het rapport hebben we aanbevelingen gedaan over de beoordelingsschaal, het beoordelingskader en de professionalisering en onafhankelijkheid van de visitatiepanels. In september zal de minister een reactie publiceren op het onderzoek.

Download het onderzoek

Aanbevolen is onderstaande publicatie over het onderzoek betreffende onder andere het WO en het HBO:
Koens, L. R. Hofman & J. de Jonge (2018). Drijfveren van onderzoekers. Goed onderzoek staat nog steeds voorop. Den Haag: Rathenau Instituut.

Belangrijkste wijzigingen voor het HBO door het van kracht worden van de Wet versterking bestuurskracht per 1 januari 2017:

  • benoemingen van bestuurders moeten plaatsvinden op basis van vooraf kenbare profielen. Het medezeggenschapsorgaan krijgt adviesrecht op de vaststelling van die profielen;
  • op voorgenomen besluiten tot benoeming of ontslag van de bestuurder, heeft het medezeggenschapsorgaan adviesrecht;
  • voor het benoemen van een bestuurder of een nieuw lid van het College van Bestuur wordt een sollicitatiecommissie ingesteld, waarin een vertegenwoordiging namens de personeelsgeleding en de ouder- respectievelijk leerling- of studentgeleding van de medezeggenschap zitting neemt;
  • ten minste twee keer per jaar vindt overleg plaats tussen het medezeggenschapsorgaan en de interne toezichthouder;
  • de opleidingscommissie wordt een formeel medezeggenschapsorgaan en krijgt meer instemmingsrechten betreffende de onderwijsinhoudelijke delen van de Onderwijs- en Examenregeling (OER), alsmede een wettelijk informatie- en initiatiefrecht en wordt toegevoegd als orgaan dat partij kan zijn in een medezeggenschapsgeschil.